Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


kraan:gerrit_kraan_op_de_blauwe_molen

3.7 Gerrit Kraan op de Blauwe molen

Gerardus "Gerrit" Kraan 1883-1960 stamt af van de Rijnlandse molenaarsfamilie Kraan. Zijn vader Petrus "Piet" Kraan 1856-1911 was molenaar op de Blauwe molen in Rijpwetering en trouwde met de moeder van Gerrit, genaamd Cornelia “Kee” Schrama 1855-1932. Op de plek van de huidige molen stond oorspronkelijk een wipmolen. De behuizing voor een gezin met 10 kinderen was natuurlijk te klein en de oude molen was in slechte staat. In 1904 herrees op deze plek een vervangende achtkantige rietmolen met de naam: de Blauwe molen.

Jaantje

In 1911 kreeg de vader van Gerrit een longonsteking en kwam te overlijden. Gerrit volgde hem op als molenaar en trouwde op 23-05-1916 met Adriana “Jaantje” Romijn 1893-1979. In tegenstelling tot Gerrit was Jaantje maar klein van postuur. Ze had een “aardig bekkie” en daar zal Gerrit destijds voor gevallen zijn, denkt men in de familie. Ze was echter een beetje simpel en begreep het vaak allemaal niet zo goed. Er is een verhaal bewaard gebleven over Gerrit en Jaantje en dit gaat over een snoek. Voordat het stel trouwde heeft Gerrit beloofd, dat hij nooit kwaad op haar zou worden. Op een dag gingen ze samen vissen in een bootje en Jaantje kreeg het voor elkaar om een mooie snoek te vangen. Was het niet, dat ze de vis liet ontsnappen, waarop Gerrit toch wat lelijks tegen haar vertelde. Dit voorval werd niet vergeten en op bruiloft feesten van dit echtpaar kwam dit onderwerp meestal terug op rijm.

1999-1211ax.jpg

Op zijn tiende jaar moest Gerardus "Gerrit" Kraan 1883-1960 van zijn vader Petrus "Piet" Kraan 1856-1911 aan het werk op het land rond de molen om in het onderhoud van het gezin te kunnen voorzien. Na de mobilisatie in 1916, trouwde hij met Adriana “Jaantje” Romijn 1893-1979 en erfde de molen. Het klinkt als een sprookje, maar het leven ging niet altijd over rozen. Naast molenaar was hij ook visser en boer met veestapel. Voor zijn verdiensten voor de molen, polder en waterschap kreeg hij van H.M. de Koningin de bronzen medaille toegekend, behorende bij de Orde van oranje Nassau. De Leidse Courant schreef in 1957 een arikel over Gerrit, een lange en forse molenaar op de Blauwe molen. (1E31)


Zussen

Moeder Kee en haar dochter Petronella Cornelia “Lina” Kraan 1900-1979 woonden nog in de molen na het huwelijk van Gerrit en Jaantje en daarom werd een huisje voor ze gekocht in Rijpwetering. De andere kinderen waren al het huis uit en woonden / werkten bij boeren. Twee dochters van Piet en Kee kozen voor een leven in het klooster, voortaan gingen zij door het leven als Geertruida Gijsberta “Zr. Barbara” Kraan 1888-1977 en Francisca “Zr. Marie Victorie” Kraan 1889-1977. Toen Lina in 1929 met Gerardus Johannes Jacobus “Gerard” van Zaal 1902-1969 trouwde en verhuisde, ging haar moeder Kee met haar mee en bleef bij haar wonen tot ze in 1932 is gestorven.

Een legendarisch figuur

Gerrit was een legendarisch figuur. Hij was heel groot: meer dan twee meter lang en ontzettend sterk. Volgens de verhalen kon hij de wieken van de molen tegenhouden als er storm kwam. Op foto’s van de Leidse (vee)markt van vóór 1960 is altijd een reus te zien die boven iedereen uitsteekt. Dat is dan Gerrit, zijn lichaamskracht ongekend. In de oorlog stonden er eens bij Gerrit een paar “zwarte koeien” die snel weg moesten, omdat er controle kwam. Zwarte koeien waren toen koeien, die niet officieel geregistreerd stonden. Het waren twee pinken, en ze wilden niet erg. Hij ging toen onder een pink staan en lichtte ‘m even op om ‘m in gang te zetten. Ook was hij onverstoorbaar, liet zichzelf nooit van z'n stuk brengen, werd nooit kwaad. Zo zat hij een keer een koe te melken. Een andere koe stootte hem in z’n rug, en duwde hem van z'n kruk. Hij kwam rustig overeind, keek even achter zich welke koe het was geweest en ging gewoon door met melken. Toen iemand hem kwam vertellen dat er twee stropers bij zijn molen zaten te vissen, liep hij rustig naar de twee mannen toe die naast elkaar zaten, tilde ze bij hun kraag op en tikte ze met de koppen een paar keer tegen elkaar. Die kerels wisten niet hoe gauw ze weg moesten komen!

Grote witte klompen

Speciaal voor Gerrit maakte de klompenmaker ontzettend grote witgeschuurde klompen. Deze zijn na zijn dood in 1960 bewaard door molendeskundige Anton Bicker Caarten. Deze klompen zijn sinds 2000 bezit van Johannes Cornelis “Hans” van der Pouw Kraan (1959). Begin 2001 ging het tv-programma Omega over Hoogmade, onder meer over Gerrit en zijn grote klompen en het palingvrouwtje aan de Spijkersloot kwam ter sprake. Als het palingvrouwtje in de sloot ging staan, dan kon ze een paling naar zich toe laten zwemmen door te fluiten. Als ze floot, dan kwam de paling en voerde ze stukjes brood. Ze heeft het ook een keer voor Gerrit gedaan.

Zootje paling voor die boer

Later vertelde Petrus Gerardus “Piet” Kraan 1923-2003 dat hij eens een mooie partij paling voor oom Gerrit schoongemaakt had, die Gerrit op de veemarkt in Leiden als een verrassing aan een boer wilde geven. Tante Jaantje zou hem de paling in Leiden gaan brengen. Ze trof Gerrit net toen hij met de boer stond te praten. “Kijk Gerrit, hier hebbie dat zootje paling voor die boer”, had ze gezegd, terwijl ze hem de zak voorhield. Gerrit had haar toen wel wat kunnen doen…

Stoel als broodplank

Het woongedeelte van de molen was niet erg netjes en niet erg schoon. Toen er familie op bezoek was, moest er een keer brood worden gesneden. Jaantje stond op, pakte de broodplank en legde die, omdat er nergens anders plaats was op de stoel waar ze net zelf op gezeten had. Die stoel was dus nog warm van haar zitvlak en tot afschuw van het bezoek sneed ze daar brood op. Bij het braden van een kip gebruikte Jaantje dezelfde pan als waar het beest in was geslacht zonder eerst schoon te maken.

Grond

Behalve dat hij molenaar was van de Blauwe Polder, was Gerrit ook Poldermeester van de Vlietpolder. Hij had land in eigendom, waar nu het voetbalveld van Hoogmade ligt. Aan de andere kant van de Does, tegen Hoogmade. Ook bezat hij land bij de molen, een hooiberg, een koestal voor zo’n 25 koeien, een varkensstal en een schuur voor mestkalveren. Je kwam op dat stuk via een bruggetje. Achterin de Blauwe Polder had Gerrit ook een stuk bollengrond. Daarop werden narcissen geteeld van de soort King Alfred. Daarbij kwam Dirk Kortekaas dan helpen. Wilhelmus Bernardus “Willem” van der Pouw Kraan 1915-2014, rooide dan samen met Dirk Kortekaas de bollen. Ze werden op een schuit vervoerd. Petrus Gerardus “Piet” Kraan 1923-2003 van Hendrik Kraan 1892-1977 hielp daarbij. Verder had Gerrit land bij de draai bij Van Rijn in de Vlietpolder en in de Achthovense polder. In de Vlietpolder had hij iets van 50 vetweiders lopen. Zijn vee liep op het land van Theo Ruygrok met het vee van laatgenoemde veekoopman. Beide mannen werkten veel samen.

Varekoeien

Als een boer falliet ging was Gerrit regelmatig bij de verkoop van het vee en land. Wat hij óók deed, Gerrit, kocht in het najaar “varekoeien”, wanneer deze dieren het goedkoopst zijn. Het waren koeien, die na een aantal keren kalveren bestemd waren voor de vetmesterij. De dieren gingen in de winter op stal en na het vetmesten in het voorjaar volgde een verkoop voor slacht. Hij stalde deze koeien op een aantal adressen met de deal om de dieren te voeden en de melk mochten ze houden. Zijn broer Bartholomeus "Bart" Kraan 1885-1969 van de Hemmeermolen kreeg ’s winters ook twee koeien te leen. In het voorjaar haalde Gerrit ze dan weer op om te verkopen. Ze waren dan mooi vet.

Gerardus "Gerrit" Kraan 1883-1960 was net als zijn vader molenaar op de Blauwe molen in Rijpwetering. (1999-1228)



Het liefst een krentenboterham

Poldermolenaars waren nooit rijk, maar Gerrit was als veehandelaar waarschijnlijk wel tamelijk welgesteld. Johannes Cornelis “Jan” van der Pouw Kraan 1919-2008 schat, dat hij vóór de oorlog zo'n 20.000 gulden bezat, en dat was toen een heel bedrag. Gerrit zei altijd, dat hij met de veehandel een boterham probeerde te verdienen, het liefst een krentenboterham. Jan leende hem eens 1000 gulden. Gerrit had twee koeien van hem gekocht en zei, dat hij het geld nu even niet had en of hij het later mocht brengen. Jan vond dat goed, maar z'n broer zei: “Joh, als ie nou dood gaat, ben je je geld kwijt”. Het geld heeft hij toch netjes gekregen.

Een Ford met slinger

De auto van Gerrit was een Ford met slinger en als hij op bezoek kwam, mochten de kinderen hieraan draaien en een keer mee met z’n auto. Hij reed toen naar Lisse en liet de autodeur op een kier. Dan kon hij zó uitstappen, als er iets mis zou gaan. Later had hij een grote zes- of achtcilinder Amerikaan. Bij een bruggetje met weinig uitzicht, zette hij die een keer bovenop de auto van de bankdirecteur of iemand van gelijke importantie met als gevolg veel schade, een total-loss.

Suikerziekte

Gerrit had een keer gevraagd, of ze een bak water voor hem wilden halen. Ze dachten dat het voor zijn auto was, maar dat bleek niet zo te zijn: hij dronk het zelf op, want hij had enorme dorst. Zijn suikerziekte was de oorzaak van de grote dorst. Op vrijdag, de dag van de Veemarkt in Leiden, dronk hij altijd een potje bier. Hoewel dat slecht voor hem was, gebeurde het toch.

Hoort u ook bij de bruiloftsgasten?

Gerrit en Jaantje waren peetouders van Petrus “Piet” Kraan 1916-1985 en van Piet Kraan 1923-2003. Piet de zoon van Bart, trouwde in 1949 met Annie van Bohemen en vierde het huwelijk in café De Beurs in Noordwijk. De familie ging er met een bus naar toe. Gerrit en Jaantje kwamen als peetouders op de bruiloft. Jaantje zat tevoren al aan de eieren die ze in haar tas had meegenomen, want ze was bang dat ze niets te eten zouden krijgen. Bij aankomst in het café werd Gerrit gevraagd “Hoort u ook bij de bruiloftsgasten?”. Gerrit verontwaardigd “Ik ben z'n peetoom!” Hij zag er blijkbaar niet uit als een bruiloftsgast. Na de bruiloft gingen ze dan met de bus een beetje toeren. Wat moest je anders de hele dag doen. Ze waren met de bruiloft van Piet en Annie naar Zandvoort gereden, waar toen na de orkaan van 1 maart 1949 het Zweedse schip de S.S. C.A. BANCK bij Bloemendaal op het strand zat, wat veel bekijks trok.

Mislukte overname

Omdat Gerrit als veehandelaar vaak van huis was, had hij een knecht en deze sliep daar ook. De eerste knecht was Piet Noordermeer en leerde voor biggensnijder. Van 1935 tot 1950 was Willem van der Pouw Kraan 1915-2014 knecht gevolgd door Gerardus “Gerrit” Kraan (1931) de zoon van Hendrik Kraan 1892-1977. Gerrit van Hendrik verdiende niet veel, maar vond dat niet zo'n bezwaar, want het lag in de lijn dat hij het veebedrijf van oom Gerrit zou overnemen en ging op een bepaald moment ook wat varkens houden en daarover kwam onenigheid. Oom Gerrit wilde geen varkens en zei “Als de varkens weg moeten, dan ga ik ook!” Hierna is hij naar Canada geëmigreerd. Gerrit vroeg later aan z’n broer Hendrik Kraan 1892-1977 of hij zijn zoon wilde vragen terug te komen om toch weer te praten over het overnemen van zijn bedrijf. Bij hem was toen al een been afgezet vanwege suikerziekte en ze hadden Gerrit gevonden achter de koeien in de greppel en kon toen niet meer opstaan. Gerrit Kraan (1931) kwam op eigen kosten over uit Canada en wilde van oom Gerrit zwart op wit, dat hij zijn bedrijf zou overnemen. Zo'n verklaring wilde oom Gerrit hem echter niet op papier geven. Gerrit Kraan (1931) vertrok toen opnieuw in 1958, samen met broer Johannes John “Jan” Kraan (1932), twee dagen na de bruiloft van hun broer Piet Kraan 1923-2003. Hun zuster Jacoba Cornelia “Coby” 1928-2004 en broer Franciscus “Frans” Kraan (1936) zaten er toen al.

Wijze uitspraak

Gerrit is op 17-02-1960 overleden en drie dagen later begraven op het parochiekerkhof te Rijpwetering. Tot aan zijn dood was hij poldermolenaar op de Blauwe molen. Gerrit, die “nimmer onnodig de wind door de hekken liet gaan”, deed eens de wijze uitspraak:

“Je kan niet malen met de wind van gisteren”

De tekst van het bidprentje is gemaakt door pastoor Thomas Kwakman. Dat was een bijzonder mens en zou dingen kunnen voorspellen. Bij de rouwdienst voor Gerrit moesten tijdens de dienst ook stukken tekst door de familie worden gezongen. Leden van de familie Kraan kunnen echter niet best zingen en hielden hun mond. waarop de pastoor de dienst onderbrak: “U moet meezingen, ik sta erop, dat u meezingt!”

Bron: Wim Rosema “Vier molenaars uit de familie Kraan”. Genoteerd in de jaren 1998 tot en met 2003.

kraan/gerrit_kraan_op_de_blauwe_molen.txt · Laatst gewijzigd: 2023/11/29 11:30 door dirkjankraan